Leren van chaos


Opdracht: In de klas moeten de kinderen met tweetallen een reis maken van plakband, draad en papier.

De kinderen moeten in het lokaal een reis maken van plakband, papier en draad. De vorige klassen gingen rustig en geconcentreerd aan het werk, waarbij ze soms een duwtje nodig hadden. Maar bij deze klas schieten de klossen touw als bij een reusachtig weefgetouw het lokaal heen en weer. Het is een chaos. Niemand weet meer wat van wie is en het resultaat heeft meer weg van een gigantisch spinnenweb dan van een reis.

Nu is chaos altijd een dunne lijn in de kunsteducatie, want je wilt dat de kinderen zich buiten de gebaande paden begeven maar zich tegelijkertijd aan de opdracht houden. In deze les houdt de klas zich aan de opdracht en begeeft zich buiten de gebaande paden, maar toch klopt het niet. En dat zit vooral in de energie waarmee ze aan het werk zijn: ze zijn bovenal véél materiaal aan het gebruiken. (Niet omdat het moet maar gewoon omdat het kan)

In de les zelf ben ik niet in staat om dat te benoemen en te reflecteren. Ik zit mezelf daarin in de weg: ik vind dat kunstenaars in juist moeten vormgeven in plaats van consumeren, iets moeten toevoegen aan deze wereld in plaats van te nemen.

Maar het gaat niet om wat ik vind, het gaat erom de kinderen bewust te maken hoe ze aan het werk zijn, zodat ze er iets mee kunnen doen: nóg meer touw, plakband en papier gebruiken zodat het een reis door de jungle wordt, of juist minderen en er kleine, minimalistische reis mee maken, of gewoon laten zoals het nu is.

Ik besluit de komende les er op terug te komen met het tonen van een korte film van het werk van Song Dong - Eating the city.