Van waarde, een ontmoeting over bezieling, lef, educatie en perceptie
2016

 Een interview met Maarten Brinkman door GJ van Veggel


Elk mens is uniek in de combinatie van aanleg, talent en passie. Voor de serie Van Zaeyen tot Ooghsten gaat GJ van Veggel het gesprek aan met mensen van allerlei pluimage. Over hun leven en hun werk. Hij ondervraagt hen over inspiratiebronnen, drijfveren en resultaten. Over de broze kant van groeien, de humor van valkuilen, de souplesse van lachspiegels, alles komt aan de orde.

Acht jaar na ons eerste vraaggesprek komen kunstenaar Maarten Brinkman en ik weer samen. We genieten van het mooie weer op het terras van Het Blauwe Theehuis in Amsterdam. Het is 15 september 2016 en bijzonder warm voor de tijd van het jaar.
Maarten heeft een eenjarige post-hbo-opleiding gevolgd van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) in samenwerking met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU). Bedoeld voor kunstenaars die kunstprojecten willen uitvoeren in het basisonderwijs.

Wat is er sinds 2008 veranderd?
Ik ben enorm gegroeid. Ik ben vorig jaar een opleiding gestart voor beroepskunstenaar in de klas. Dat was enorm stimulerend. Kinderen rekenen je af op eerlijkheid, niet op wat je zegt maar op wat je doet en wie je bent. Dat werkt door in mijn werk, doe ik ook wat ik zeg? Door deze confrontatie heb ik meer lef gekregen.

Kun je een voorbeeld noemen?
Ik denk aan mijn onderzoek naar lijnen voor een tentoonstelling in Friesland. Wat is een lijn? Ik heb een draadje aan twee spelden in de muur gehangen, aan beide uiteinden hangt de draad strak naar beneden door de steen die eraan bungelt, tussen de spelden hangt het draadje slap. De essentie van een lijn, dit had ik vroeger niet gedurfd, ik had het te karig gevonden.

In 2008 is een van je werken van papier. Met een opening in de vorm van het takje dat je erin hebt genaaid. Nu werk je met losse takken (en nog steeds draad).
Het gaat niet om het materiaal of de techniek, het gaat om het verhaal. Over dingen die belangrijk zijn, die waarde hebben. Maar wat heeft waarde?

Wanneer is iets van waarde?
Voor de meeste mensen is het blaadje in het park zonder waarde. Als ik er iets mee doe en er kunst van maak, dan heeft het wel waarde. Het gaat over perceptie - hoe we er naar kijken. Zand heeft voor mij weinig waarde maar voor een metselaar wel! Een handje aarde uit het park is gewoon vies, tegelijkertijd groeit alles wat we eten en drinken op de aarde. Dan is het ineens waardevol. Wanneer verandert het van karakter? Er is een omslagpunt. Hoe komt dat nou, hoe zit het in elkaar? Dat is mijn onderzoek.

Er zijn mensen die jouw werk associëren met de bomen van de Italiaan Giuseppe Penone in de tuinen van het Rijksmuseum.
Het zijn barokke beelden. De bomen zijn van brons en er hangen stenen in, wat ik - op deze manier - niet vanzelfsprekend vind, ik krijg geen heldere gedachte. Het is meer een beeld dan een verhaal. Er moet helderheid en eenvoud in zitten: zoiets als ‘het kan niet anders’, er mogen niet zomaar vraagtekens in zitten.

Je bent nog steeds met takken in de weer.
Het gaat over bezieling in en waarde van de tak. Hoe kan het dat een bronzen boom meer waarde heeft dan een gewone boom. Voor mij geldt dit niet, ik denk voor niemand niet. Bomen zijn levensvoorwaarde. Dus als de bronzen boom meer waarde heeft, is dat een wonderlijke manier van kijken, van beleven, van oordelen over wat waardevol is. Wat is van waarde, hoe verandert waarde en wanneer?

Leg eens uit wat je met dat anders kijken wilt.
Wat roept het op als je een papier aan de uiteinden ophangt en oprekt en daar stenen aan hangt? Het vel papier hangt zo zeer ongemakkelijk en daardoor wordt het iets levends. Wanneer leeft een vel papier? Moeten we niet meer zo kijken? Als we dit wel doen - ik zie een wereld bepaald door economie en wetenschap - dan breken we meer magie open. Prinses Irene is voor gek versleten toen ze zei dat bomen met elkaar communiceren, tót de wetenschap bewees dat bomen stress kunnen ondervinden als bomen in de omgeving omgehakt worden.

Waarom ben je de opleiding Kunstenaar in de Klas gaan doen?
Ik kreeg een mailtje van een van de docenten met de vraag of ik belangstelling voor de opleiding had. Ik dacht: ‘Dit is wel het moment.’ Ik had al eerder het advies gekregen iets met kinderen te gaan doen. Ik ben erop ingesprongen. Lessen over perceptie.

Hoe kijk je zelf naar die kinderen?
Ik stel vraagtekens bij hoe de overheid het onderwijs aanstuurt. Bij kinderen gaat het te veel over de ontwikkeling van hun economische waarde. Ik vind dat een zeer eenzijdige benadering, als kunstenaar is mijn economische waarde nihil. Ik geef geen oplossingen, ik stel alleen maar vragen. Maar in hoeverre is dat waardevol? Ik betwijfel of de huidige maatschappij zulke kinderen nodig heeft. Van kleins af aan in het gareel gedrukt, sommige kinderen kunnen zich hieraan onttrekken, andere kinderen hebben hiermee meer moeite.

Wat is dan jouw specifieke insteek in je lessen?
Kinderen het besef geven dat ze op een bepaalde manier naar de wereld kijken. Meer is het eigenlijk niet. Op dat moment kunnen ze zelf kiezen of ze daar iets mee willen. Heel veel kinderen willen dat gewoon niet. In hoeverre is iemand vrij om te denken, daar heeft het meer mee te maken. Dit vrijdenken dichten we kinderen (de allerkleinste) wel toe, daarna laten we op hen los wat de ouders, school en samenleving van hen vragen. Veel kinderen volgen, want zo hoort het.

En wat beoog je?
Ik heb afgelopen seizoen op diverse scholen lesgegeven. En veel met kinderen van Marokkaanse afkomst te maken gehad. Zij groeien op met de idee dat knutselen rotzooi maken is. Dan gaat een kunstwerkje de prullenbak in. Je moet als kind sterk in de schoenen staan, wil je er dan iets mee kunnen. Ik heb niet het gevoel dat ik hier iets drastisch aan kan veranderen. Ik kan hen wel aangeven om zelf te beslissen hoe ze naar de wereld kijken. Misschien niet nu, dan wellicht op latere leeftijd.

Even terug naar dat denken: van wie zijn jouw gedachten, jouw ideeën, jouw overwegingen?
Geen idee, ben ik mijn gedachte? Ben ik? Ik zou het niet weten. Gisteren had ik een gesprek met mijn oudste dochter, die vegetariër is geworden. Ze eet niets wat hersens heeft, zegt ze. Ik vroeg haar hoe het dan zat met walnoten …

Is er iets dat je heel graag ziet gebeuren?
Ik zou het fijn vinden als mensen minder consumeren en meer bijdragen aan de aarde. Dit kan op heel veel verschillende manieren, en verlangt verantwoordelijkheid nemen. Ik ben opgegroeid met de gedachte dat je de aarde van je kinderen te leen hebt en je die moet teruggeven hoe je hem gekregen hebt. We laten plastic verpulveren en hieraan gaan we dood. Het gaat om economisch gewin. Dat we dit toelaten is onbegrijpelijk. Uiteindelijk creëren we de grootste vuilnisbak ooit, opdat we geld hebben voor wat? Ik zie hierin een grote discrepantie.

Hoe kunnen we beginnen?
Ik pleit voor meer kerk in de maatschappij. De economie is fout als kerk voor waarden en normen. Voor mij is de natuur de kerk. De kerk is een moment van bezinning, van terugtrekken uit het dagelijks leven. Van dingen aan de orde stellen die waardevol zijn. Door meditatie en in zichzelf keren. Dit missen we heel erg op dit moment. We rennen achter elektronische apparaten aan die steeds sneller gaan, dus moeten wij ook steeds sneller. Het leidt uiteindelijk alleen maar tot rennen maar we weten niet waarheen. De techniek wordt dan het doel op zichzelf. Als je wilt communiceren met de buurman, kan het via Facebook maar ook bij Het Blauwe Theehuis. We hebben hierin een keuze, dat vergeten we de hele tijd.

Een museum geeft je de vrije hand - wat doe je?
Ik leg een pad van tegels aan door de zalen heen . Het pad is sturend. Wat gebeurt er als je iemand op het pad tegenkomt? Mag je dan van het pad af of mag je juist niet op het pad …? Een ander idee dat in me opkomt: ik zie een zaal voor me met aan beide zijden een ingang, en aan beide zijden een muur van stoeptegels. Daartussenin bestaat een soort niemandsland. Je ziet elkaar, je kunt naar elkaar kijken. Hoe zou dat zijn? Als vijanden in oorlogstijd?

Het klinkt alsof je mensen in verwarring wilt brengen.
Dit is wel mijn streven. Anders laten kijken, perspectief verschuiven. Er zitten wel grenzen aan de wijze waarop ik mensen in verwarring wil brengen.

Waar ligt die grens dan?
Er zit altijd iets relativerends, ontwapenends, lulligs, poëtisch in. Ontregelen is dwingend, maar in mijn geval is het meer een vraag dan een bevel.

Nog steeds die schildpad van acht jaar geleden?
Nog steeds die schildpad, ja. Dat is een goede metafoor voor mijn ontwikkeling. De schildpad beweegt in zijn eigen tempo. Als je hem moet tekenen zit hij stil maar toch beweegt hij. Er is altijd een maar - je denkt te weten hoe het zit. Dingen zijn nooit zoals je denkt dat ze zijn. Ik heb ook de neiging me terug te trekken uit de wereld als het te dichtbij komt. Belangrijk is het natuurlijke tempo. Er komt zoveel op ons af, er moet zoveel.